Hoeveel kun je consistent om dierenwelzijn geven?
Belangrijkste punten
- •Het artikel van Adrien Bilal, Noémie Pinardon-Touati en Conor Walsh kwantificeert de welzijnskosten van dierensterfte met behulp van een totaal-utilitair kader dat bewustzijn (sentience) beschouwt als de intrinsieke waarde van levende wezens.
- •Volgens de schattingen van de auteurs overtroffen de geaggregeerde verliezen aan dierenbewustzijn in de afgelopen halve eeuw de bewustzijnsbaten die mensen uit bevolkingsgroei verkregen met minstens een factor 10.000.
- •Het meenemen van de menselijke welzijnsbaten van economische groei verandert weinig aan de algehele vergelijking, zodat voor het bereiken van het break-evenpunt aan dieren een dienovereenkomstig klein welzijnsgewicht zou moeten worden toegekend.
- •De bijbehorende blogpost betoogt dat macrovergelijkingen van welzijn alleen betekenisvol zijn waar ruilwinst mogelijk is en dat mensen als aanhangers van welzijnsethiek niet verplicht zijn zichzelf op te offeren om de biodiversiteit te herstellen.
- •De blogpost beschouwt de titel van het artikel, “The Intrinsic Valuation of Biodiversity Loss”, als enigszins misleidend en vindt de samenvatting slecht geformuleerd voor de onderliggende vraag.

Wij onderzoeken de welzijnskosten van dierensterfte binnen een consequentialistisch, totaal-utilitair kader dat bewustzijn (sentience) beschouwt als de intrinsieke waarde van levende wezens. In de moraalfilosofie en de neurowetenschap wordt bewustzijn gedefinieerd als het vermogen tot valente ervaringen. Onder plausibele neurowetenschappelijke aannames vormt de prestatie op cognitieve testen een conservatieve ondergrens van bewustzijn. De auteurs schatten de relatie tussen cognitie en neuronenaantallen om bewustzijn op een kardinale schaal te brengen.
Daartoe brengen zij bevolkings- en neurondata voor een breed scala aan diersoorten bijeen en combineren deze tot één enkele welzijnsmaatstaf. Over een breed bereik aan parameters constateren zij dat de geaggregeerde verliezen aan dierenbewustzijn in de afgelopen halve eeuw de bewustzijnsbaten voor mensen uit bevolkingsgroei met minstens een factor 10.000 overtreffen. Om in welzijnstermen quitte te spelen, zou aan dieren een dienovereenkomstig klein welzijnsgewicht moeten worden toegekend. Het meenemen van de baten van economische groei voor mensen verandert weinig aan het algehele resultaat, en daarom is het artikel minder gericht op een enge oefening in groeirekening dan op het moeilijkere vraagstuk hoeveel moreel gewicht aan verschillende levensvormen moet worden toegekend.
De samenvatting van het artikel is volgens de blogpost niet bijzonder goed geformuleerd voor de onderliggende vraag. De blogpost betoogt dat macrovergelijkingen van welzijn het meest betekenisvol zijn waar ruilwinst mogelijk is, hetgeen geldt tussen mensen onderling en in sommige gevallen ook tussen mensen en honden. Volgens de post moet het welzijn van niet-menselijke dieren aan de marges worden verbeterd, maar kan de auteur de grotere vergelijkingen tussen totaliteiten niet maken. De blogpost voegt eraan toe dat mensen onvermijdelijk aan de kant van de mensen staan en dat zij als aanhangers van welzijnsethiek niet verplicht zijn collectief zelfmoord te plegen om de biodiversiteit van de aarde aan te vullen.
De titel van het artikel is enigszins misleidend: “The Intrinsic Valuation of Biodiversity Loss”. De auteurs zijn Adrien Bilal, Noémie Pinardon-Touati en Conor Walsh.