NieuwsAandelenAmerikaanse beursindices dalen door inflatiezorgen, maar technische bias verschilt per index

Amerikaanse beursindices dalen door inflatiezorgen, maar technische bias verschilt per index

Auteur: ForexLive·

Belangrijkste punten

  • •Amerikaanse aandelen sloten vrijdag lager op inflatiezorgen, met technologie als grootste verliezer: de Nasdaq Composite verloor 1,15%, de Nasdaq 100 zakte 1,30% en de S&P 500 ging 0,42% omlaag.
  • •De S&P 500 zit ingeklemd tussen zijn 100-uurs voortschrijdend gemiddelde op 7746,68 en zijn 200-uurs voortschrijdend gemiddelde op 7706,33; een aanhoudende beweging boven het eerste kantelt de bias omhoog, een break onder het tweede geeft verkopers de controle.
  • •De Nasdaq Composite houdt een kortetermijn-bearish houding onder zijn 200-uurs voortschrijdend gemiddelde op 26827,18 en 100-uurs gemiddelde op 27116,00, maar handelt nog boven zijn stijgende 100-daags gemiddelde op 26288,75, dat kopers verdedigen.
  • •De Nasdaq 100 is de enige index die onder zowel zijn uurgemiddelden als zijn 100-daags voortschrijdend gemiddelde op 29624,02 handelt, met een dieptepunt van 29452,10 dat het eerdere laagtepunt van 29554 al doorbrak.
  • •Volgens de analyse definiëren de technische niveaus van de drie indices verschillende stadia van positionering, wat laat zien dat een breder dalende markt niet inhoudt dat elke index een identieke bearish bias heeft.
Amerikaanse beursindices dalen door inflatiezorgen, maar technische bias verschilt per index

De grote Amerikaanse beursindices handelden vrijdag lager nadat inflatiezorgen het marktsentiment bleven drukken, met technologieaandelen als grootste verliezers. De Nasdaq Composite verloor 1,15%, de Nasdaq 100 zakte 1,30% en de S&P 500 ging 0,42% omlaag.

Volgens een analyse van ForexLive op InvestingLive vertellen de dalingen niet het hele verhaal. Vanuit technisch perspectief tekent elke index een eigen route, wat telkens andere vragen oproept: waar zit het risico, wat zou kopers meer controle geven, en wat zou de deur openen voor verdere verkopen? Voortschrijdende gemiddelden — die koersgegevens over een vast aantal periodes afvlakken — vormen het fundament van dat kader, waarbij uurgemiddelden zoals de 100- en 200-uurslijn het kortetermijnmomentum volgen en daglijnen zoals het 100-daags gemiddelde de bredere trend markeren.

S&P 500: wachten op de volgende duw

De S&P 500 blijft klem zitten tussen zijn 100-uurs voortschrijdend gemiddelde op 7746,68 en zijn 200-uurs voortschrijdend gemiddelde op 7706,33. Zolang de index binnen dat bereik blijft, is de kortetermijnbias neutraal en strijden kopers en verkopers om de macht terwijl ze wachten op de volgende duw.

Een beweging boven — en aanhoudende handel boven — 7746,68 zou de bias meer naar boven kantelen. Een break onder 7706,33 zou verkopers daarentegen meer controle geven.

Nasdaq Composite: verkopers hebben het voordeel, maar dagelijkse steun blijft overeind

De Nasdaq Composite handelt ruim onder zijn 200-uurs voortschrijdend gemiddelde op 26827,18 en zijn 100-uurs voortschrijdend gemiddelde op 27116,00, waardoor het kortetermijn-technische voordeel bij verkopers ligt. Volgens de analyse moeten kopers die niveaus heroveren — te beginnen met het lagere 200-uurs gemiddelde — om het technische beeld te verbeteren.

Toch blijft de index boven zijn stijgende 100-daags voortschrijdend gemiddelde op 26288,75, dat door de analyse wordt aangemerkt als een belangrijk neerwaarts risiconiveau. Houdt de index zich daarboven, dan behouden kopers een voet aan de grond; een break eronder, gevolgd door aanhoudende handel daaronder, opent de deur voor verdere verkoopdruk. Daarmee is de index over de tijdframes verdeeld: het kortetermijnmomentum ligt bij verkopers, terwijl het stijgende 100-daags gemiddelde het niveau is dat kopers nog verdedigen.

Nasdaq 100: verkopers blijven stevig aan de macht

De Nasdaq 100 is van zijn uurgemiddelden weggebroken en zet ook een break onder zijn 100-daags voortschrijdend gemiddelde op 2924,02 neer. Het dagelijkse dieptepunt van 29452,10 heeft het laagste punt van gisteren — en het vorige wekelijkse dieptepunt — op 29554 al doorbroken, wat betekent dat verkopers de neerwaartse beweging hebben doorgezet. De vraag is nu of zij die break kunnen vasthouden. Het is de enige van de drie indices die onder zowel zijn uurgemiddelden als zijn 100-daags gemiddelde handelt.

Blijft de index onder 29554, dan blijft de druk op de index staan. Een terugkeer boven dat niveau zou enige directe druk wegnemen, maar kopers moeten nog het 100-daags voortschrijdend gemiddelde op 29624,02 heroveren om de technische schade te beginnen herstellen.

De les: laat de niveaus de bias bepalen

Een lagere markt betekent niet automatisch dat elke index dezelfde bearish bias heeft. De S&P 500 handelt nog steeds tussen zijn uurgemiddelden. De Nasdaq Composite zit onder die gemiddelden maar houdt zijn dagelijkse steun vast. De Nasdaq 100 breekt ook onder die dagelijkse steun uit.

Die verschillen zijn van belang. De technische niveaus helpen handelaren risico's af te bakenen, te beoordelen welke kant de controle heeft en te bepalen wat er moet veranderen om het beeld te wijzigen. De sessie van vrijdag was een schoolvoorbeeld: drie lagere slotkoersen, drie verschillende stadia van technische positionering.

De bijbehorende videoanalyse gaat dieper in op de belangrijkste technische niveaus, de risico's en de doelen, en schetst de routekaart voor handelaren.