Amerikaans bbp-q2-definitief herzien naar 2.2% jaarlijks tegen 1.5% verwacht; inflatiematen zwakker
Belangrijkste punten
- •De definitieve raming van het BEA zette de jaarlijkse bbp-groei in de VS voor het tweede kwartaal op 2.2%, een bijstelling van 0,7 procentpunt naar boven die zowel de consensusprognose van 1.5% als de eerdere raming overtrof.
- •De herziening werd gedreven door sterkere investeringen, consumptieve bestedingen en overheidsbestedingen, en ook de groei in het eerste kwartaal werd naar boven bijgesteld van 2.1% naar 2.5%.
- •De reële eindverkoop aan particuliere binnenlandse afnemers groeide met 4.6%, ruim boven het herziene tempo van 1.8% in het eerste kwartaal, wat duidt op een onderliggende particuliere vraag die aanzienlijk sterker is dan het kopcijfer suggereert.
- •Inflatiecijfers werden naar beneden bijgesteld, met kern-PCE-prijzen verlaagd van 3.6% naar 3.3% en algehele PCE van 5.3% naar 5.0%, al versnelde de algehele inflatie nog steeds ten opz van de herziene 4.2% in het eerste kwartaal.
- •Amerikaanse aandelen stegen en Treasury-rendementen daalden over de hele curve na publicatie; de aandacht gaat nu uit naar het rapport over niet-agrarische werkgelegenheid van vrijdag, dat een stijging van 90.000 wordt verwacht met een werkloosheid die blijft steken op 4.1%.

De Amerikaanse economie groeide in het tweede kwartaal sneller dan eerder geschat, met een reëel bruto binnenlands product dat op jaarbasis met 2.2% steeg, volgens het Bureau of Economic Analysis in zijn derde raming van het bbp over het tweede kwartaal. Het cijfer overtrof zowel de consensusraming van 1.5% als de eerder gerapporteerde 1.5%, wat neerkomt op een bijstelling van 0,7 procentpunt naar boven. De derde raming is de laatste van de drie ramingen die het BEA per kwartaal publiceert en omvat de meest volledige brongegevens, een fase waarin nog aanzienlijke herzieningen mogelijk zijn.
Het BEA zei dat de herziening vooral weerspiegelde dat investeringen, consumptieve bestedingen en overheidsbestedingen sterker waren dan eerdere ramingen lieten zien. Ook de groei in het eerste kwartaal werd naar boven bijgesteld, van 2.1% naar 2.5%, waardoor het tweede kwartaal nog steeds een gematigde vertraging vertegenwoordigde.
Belangrijkste indicatoren uit het rapport, vergele met de consensusprognoses en de eerdere raming:
- Reëel bbp: +2.2% op jaarbasis tegen +1.5% verwacht; eerdere raming +1.5%
- Reële eindverkoop: +2.8% tegen +2.3% verwacht; eerdere raming +2.2%
- Consumptieve bestedingen: +3.8%; eerdere raming +3.4%
- Bbp-deflator: +6.1% tegen +6.4% verwacht; eerdere raming +6.4%
- Kern-PCE-prijzen: +3.3% tegen +3.6% verwacht; eerdere raming +3.6%
- PCE-prijzen: 5.0%; eerdere raming +5.3%
- PCE-prijzen excl. voedsel, energie en huisvesting: +3.1%; eerdere raming +3.4%
- PCE-dienstenprijzen excl. energie en huisvesting: +3.6%; eerdere raming +3.7%
Aanvullende details over het tweede kwartaal, vergeleken met de eerdere raming:
- Reële eindverkoop aan particuliere binnenlandse afnemers: +4.6% tegen +4.2%
- Reëel bruto binnenlands inkomen: +2.6% tegen +2.2%
- Gemiddelde van reëel bbp en reëel bruto binnenlands inkomen: +2.4% tegen +1.8%
- Bbp in lopende dollars: +8.5% tegen +8.0%
- Prijsindex bruto binnenlandse aankopen: +5.6% tegen +5.8%
- Toename bedrijfsresultaten: $384,0 miljard tegen eerder geraamde $400,9 miljard
Geselecteerde componenten, vergeleken met het herziene eerste kwartaal:
- Particuliere binnenlandse vraag: Q2 +4.6% tegen Q1 +1.8%
- Reëel bruto binnenlands inkomen: Q2 +2.6% tegen Q1 +2.5%
- PCE-inflatie: Q2 +5.0% tegen Q1 +4.2%
- Kern-PCE-inflatie: Q2 +3.3% tegen Q1 +3.9%
- Toename bedrijfsresultaten: Q2 $384,0 miljard tegen Q1 $63,4 miljard
De veelzeggende details liggen onder de kopcijfers. De reële eindverkoop aan particuliere binnenlandse afnemers steeg met 4.6%, omhoog van eerder geraamde 4.2% en ruim boven het herziene tempo van 1.8% in het eerste kwartaal. Deze maat combineert consumptieve bestedingen en particuliere vaste investeringen en sluit voorraden, overheidsbestedingen en handel uit; het duidt op een aanzienlijk sterkere onderliggende particuliere vraag dan het bbp-kopcijfer op zichzelf suggereert. Consumptieve bestedingen, investeringen en export ondersteunden de totale groei, terwijl stijgende importen aftrek deden van het bbp, een mechanisch kenmerk van de nationale rekeningen waarbij import wordt verrekend met de binnenlandse productie.
De inflatieherzieningen waren bemoedigender De kern-PCE-prijzen, de inflatiemaat die de Federal Reserve het nauwkeurigst volgt, werden verlaagd van 3.6% naar 3.3%, en de algehele PCE-prijzen werden verlaagd van 5.3% naar 5.0%. Een bijstelling naar beneden betekent echter niet dat de inflatie ten opzichte van het vorige kwartaal over de gehele linie afkoelde: de algehele PCE-inflatie versnelde van een herziene 4.2% in het eerste kwartaal, terwijl de kerninflatie afnam van 3.9%.
Ook de bedrijfsresultaten stegen aanzienlijk, hoewel de toename werd bijgesteld ten opzichte van de eerdere raming, met een stijging in het tweede kwartaal van $384,0 miljard tegen eerder $400,9 miljard.
Marktreactie
Amerikaanse aandelen stegen vanochtend na de data, met de S&P 25 punten hoger om 8:40 uur ET. De Dow was 124 punten gestegen en de Nasdaq 100 zo'n 67 punten.
De rendementen op Amerikaanse staatsobligaties zakten over de hele curve:
- 2 jaar: 4.852%, 3,74 basispunten lager
- 5 jaar: 5.036%, 2,73 basispunten lager
- 10 jaar: 5.234%, 2,08 basispunten lager
- 30 jaar: 5.584%, 1,00 basispunt lager
De curve vertoonde een bull steepening, waarbij rendementen op kortere looptijden sneller daalden dan die op langere looptijden. De spread tussen 2- en 10-jarige rendementen verbreedde met circa 1,7 basispunten naar +38,3 basispunten.
Op valutagebied steeg de EURUSD boven het 100-uurs voortschrijdend gemiddelde op 1.1366, met een hoogtepunt van 1.1380. Dat gemiddelde had sinds de koers op 10 september lager brak als weerstand gefungeerd. Erboven blijven markeert een bullish trend en zou handelaren laten kijken naar het dalende 200-uurs voortschrijdend gemiddelde op 1.140 als向上-doel; het bereiken en passeren van dat niveau zou de bullish bias vergroten, althans op korte termijn.
Analyse
ForexLive stelde dat de kopcijfer-uitslag ertoe doet, maar dat de uitlezing van 4.6% particuliere vraag het rapport meer inhoud geeft. Consumenten en particuliere investeringen toonden kracht, wat volgens de publicatie de Federal Reserve ruimte zou kunnen geven om een restrictief beleid te handhaven, terwijl een zachtere kerninflatie een tegenwicht biedt, ook al bleven de algehele prijzendrukken verhoogd. Sterkere vraag zou doorgaans de dollar en Treasury-rendementen ondersteunen, en lagere inflatiecijfers kunnen die reactie temperen en aandelen ondersteunen. De publicatie waarschuwde ook dat dit achterwaarts gerichte kwartaalcijfers zijn, dus recentere inflatie- en arbeidsmarktrapporten blijven belangrijk voor het beoordelen van de volgende beleidsstap.
De aandacht gaat nu uit naar het Amerikaanse arbeidsmarktrapport van vrijdag. De verwachtingen spreken van een stijging van de niet-agrarische werkgelegenheid met 90.000, een daling ten opzichte van de ongebruikelijk hoge stijging van 162.000 vorige maand, met een werkloosheidspercentage dat stabiel wordt geacht op 4.1%.
Bron: ForexLive