Prinses Elisabeth-energie-eiland: funderingswerken voltooid in de Belgische Noordzee
Belangrijkste punten
- •De installatie van het 23e en laatste caisson voltooit de funderingsstructuur van het energie-eiland Prinses Elisabeth, gelegen op 45 kilometer voor de Belgische Noordzeekust.
- •Het eiland zal de tweede Belgische offshore-windzone verbinden, die naar planning circa 3,5 GW moet toevoegen en daarmee de huidige 2,2 GW aan offshore-windcapaciteit ruim verdubbelt.
- •Het binnen de geplande termijn voltooien van de funderingswerken maakt Elia gerechtigd tot een Europese subsidie van 99 miljoen euro; het project heeft daarnaast de EU-status van Project van Gemeenschappelijk Belang.
- •Komende fasen omvatten verdere ophoging met zand, kabelverbindingen met het vasteland in 2027 en 2028, installatie van elektrische infrastructuur vanaf 2029 en definitieve voltooiing in 2031.
- •Het natuurinclusieve ontwerp van het eiland omvat nieuwe oesterbanken; eind juli zijn rond het eiland rotsen met jonge oesters geïnstalleerd om erosie tegen te gaan en de biodiversiteit te ondersteunen.

Prinses Elisabeth-energie-eiland: funderingswerken voltooid in de Belgische Noordzee
Het laatste funderingselement van het energie-eiland Prinses Elisabeth is met succes geïnstalleerd op 45 kilometer voor de kust in de Noordzee, waarmee de funderingswerken van dit eerste offshore-energieproject ter wereld zijn voltooid.
De installatie van het 23e en laatste caisson werd uitgevoerd door Jan De Nul, als onderdeel van het TM EDISON-consortium, samen met DEME en in opdracht van netbeheerder Elia Transmission Belgium. Het project is een belangrijke schakel in de uitbreiding van offshore-windcapaciteit en het mogelijk maken van een toekomstige elektriciteitsverbinding met het Verenigd Koninkrijk.
Strategisch project voor energie, economie en klimaat
België heeft meer elektriciteit met een lage koolstofuitstoot nodig om de energietransitie te versnellen, de energie-onafhankelijkheid te versterken en de economie concurrerend te houden, en offshore windenergie is daarbij een essentieel onderdeel. De eerste Belgische offshore-windzone levert al circa 2,2 GW aan capaciteit met bijna 400 turbines; de tweede zone die het eiland gaat verbinden moet naar planning circa 3,5 GW toevoegen, waarmee het Belgische offshore-windpark ruim tweemaal zo groot wordt als nu. Om deze energie efficiënt van zee naar land te brengen, bouwt Elia Transmission Belgium het Prinses Elisabeth-eiland in de Belgische Noordzee. Het energie-eiland zal de tweede Belgische offshore-windzone verbinden en kansen creëren voor een toekomstige energielink met het Verenigd Koninkrijk — de beide landen zijn sinds 2019 rechtstreeks met elkaar verbonden via de interconnector Nemo Link van 1 GW, en het eiland is ontworpen om aanvullende grensoverschrijdende verbindingen te herbergen, zoals de geplande Nautilus-link naar het Verenigd Koninkrijk en TritonLink naar Denemarken.
Frédéric Dunon, CEO van Elia Transmission Belgium: “Het voltooien van de funderingswerken betekent een grote stap in de ontwikkeling van de Belgische offshore-energie-infrastructuur, die een cruciale rol speelt in de energietransitie en in het versterken van onze energie-onafhankelijkheid.”
Cruciale bouwfase succesvol afgerond
De 23 funderingselementen vormen samen de beschermende buitenlaag van het toekomstige energie-eiland. Wat in 2024 begon met een technisch veeleisende bouwfase en de installatie van het eerste caisson, heeft nu geleid tot de voltooiing van de volledige funderingsstructuur van het eiland.
Het project treedt nu toe tot een nieuwe fase. In de komende maanden wordt het eiland binnen de caissonstructuur verder opgehoogd met zand. In 2027 en 2028 worden de kabelverbindingen met het vasteland aangelegd, en in 2029 begint de installatie van de elektrische infrastructuur van het eiland. De definitieve voltooiing van het project staat gepland voor 2031 — een planning die onlangs wettelijk is bevestigd — en tegen die tijd is het energie-eiland klaar om zijn eerste elektriciteit aan land te brengen.
Er is alles aan gedaan om de funderingswerken binnen de geplande termijn te voltooien, waardoor Elia in aanmerking komt voor de Europese subsidie van 99 miljoen euro die voor deze fase is toegekend. Deze Europese steun voor een project dat wereldwijd het eerste van zijn soort is, onderstreept het belang van Europese energie-onafhankelijkheid en grensoverschrijdende energie-uitwisseling. Het eiland heeft daarnaast de EU-status van Project van Gemeenschappelijk Belang, en het project past binnen de bredere opbouw van de Noordzee die is overeengekomen in de Verklaring van Oostende van 2023, waarin negen Noordzeelanden en de Europese Commissie 120 GW offshore windenergie in de regio nastreven tegen 2030 en 300 GW tegen 2050.
Natuurinclusief ontwerp
De funderingselementen van het eiland zijn ontwikkeld met zorgvuldige aandacht voor de omgeving. In samenwerking met mariene experts is een natuurinclusief ontwerp gemaakt dat de biodiversiteit op en rond het eiland moet ondersteunen en versterken. Inheemse oesterbanken zijn grotendeels uit de Noordzee verdwenen, wat deze rifmaatregelen een bredere ecologische betekenis geeft.
Bart Callens, projectdirecteur van het Prinses Elisabeth-eiland bij Jan De Nul: “Een kernonderdeel van het natuurinclusieve ontwerp is de aanleg van nieuwe oesterbanken. Binnen het Reefcovery-project hebben we met onze partners jonge oesters op rotsen gekweekt, die we eind juli rond het eiland hebben geïnstalleerd. Een win-winsituatie: de rotsen beschermen het eiland tegen erosie en vormen de basis voor een nieuw oesterrif. Deze installatie bouwt voort op onze expertise in het herstellen van oesterriffen in de Noordzee en versterkt onze ambitie om natuurpositief ontwerp te verankeren in onze kernactiviteiten.”
Belgische offshore-expertise
De geslaagde installatie van alle 23 caissons toont de expertise aan die in België beschikbaar is voor complexe offshore-infrastructuurprojecten. Elk caisson weegt circa 22.000 ton en meet 58 meter lang, 28 meter breed en 23 tot 32 meter hoog.
De caissons werden gebouwd in Vlissingen in Nederland, waar dagelijks circa 300 mensen aan de bouw werkten en de bouw van één caisson ongeveer drie maanden duurde. Daarna werd elk element naar zijn definitieve locatie op zee vervoerd en geïnstalleerd — een operatie die sterk afhankelijk is van het weer.
Bron: Jan De Nul (X-bericht), overgenomen door Hellenic Shipping News, Port News, 22 augustus 2026.