NieuwsMacroVóór 1948: Israëls toekomstige leiders studeerden rechten en dienden in het Ottomaanse Rijk

Vóór 1948: Israëls toekomstige leiders studeerden rechten en dienden in het Ottomaanse Rijk

Auteur: Marginal Revolution·

Belangrijkste punten

  • •In 1914 studeerden David Ben-Gurion en Yitzhak Ben-Zvi — de toekomstige premier en president van Israël — rechten aan de Universiteit van Istanbul, nadat zij Ottomaans-Turks hadden geleerd in de hoop als gekozen afgevaardigden namens Jeruzalem in de Kamer van Afgevaardigden te dienen.
  • •Het voorstel van de twee om een Joods legioen te vormen dat onder de Ottomaanse vlag zou vechten, werd afgewezen; na de Balfour-verklaring traden zij in 1918 in plaats daarvan toe tot het Joodse Legioen van het Britse leger.
  • •Moshe Sharett, een andere toekomstige Israëlische premier die naar verluidt Arabisch en Turks vloeiend beheerste, studeerde rechten in Istanbul en diende tijdens de Balkanoorlogen en de Eerste Wereldoorlog in het Ottomaanse leger, ook nog na de Britse bezetting van Jeruzalem in december 1917.
  • •De Ottomaanse staat viel in het begin van de jaren twintig uiteen, de Midden-Oosten-provincies werden verdeeld in Britse en Franse mandaatgebieden en Palestina kwam onder Brits bestuur.
  • •Het verslag is afkomstig uit het boek 'The War That Made the Middle East: World War I and the End of the Ottoman Empire' van Mustafa Aksakal, dat de auteur van het bericht op Marginal Revolution omschrijft als heel goed.
Vóór 1948: Israëls toekomstige leiders studeerden rechten en dienden in het Ottomaanse Rijk

In 1914 verbleven Yitzhak Ben-Zvi en David Ben-Gurion — die na 1948 respectievelijk president en premier van Israël zouden worden — in de Ottomaanse hoofdstad, waar zij rechten studeerden aan de Universiteit van Istanbul. Palestina stond toen al ongeveer vier eeuwen onder Ottomaans bewind, en de Jong-Turkse Revolutie van 1908, die de grondwet herstelde en het parlement opnieuw bijeenriep, had nieuwe mogelijkheden geopend voor politieke participatie van de gemeenschappen in het rijk. Nadat zij al Ottomaans-Turks hadden gestudeerd, waren de twee aan hun rechtenstudie begonnen in de hoop ooit namens Jeruzalem als gekozen afgevaardigden zitting te nemen in de Kamer van Afgevaardigden.

Toen er oorlog dreigde, keerden zij terug naar Palestina, waar zij zich als vrijwilliger meldden voor militaire dienst in het Ottomaanse leger. Zij stelden ook voor een Joods legioen te vormen dat onder de Ottomaanse vlag zou vechten, maar dat initiatief vond geen gehoor. Zoals het verslag opmerkt: "We zullen nooit weten hoe de dingen waren verlopen als Ben-Zvi en Ben-Gurion de kans hadden gekregen het Ottomaanse uniform te dragen." Uiteindelijk droegen beide mannen wel een uniform — maar een Brits: in 1918, na de Balfour-verklaring, traden zij toe tot het Joodse Legioen van het Britse leger.

Moshe Sharett, een andere toekomstige premier van Israël die naar verluidt zowel Arabisch als Turks vloeiend beheerste, had een soortgelijk pad gevolgd: hij studeerde rechten in Istanbul voordat hij tijdens de Balkanoorlogen en gedurende de hele Eerste Wereldoorlog in het Ottomaanse leger diende — zelfs nog na de afkondiging van de Balfour-verklaring en de Britse bezetting van Jeruzalem in december 1917.

Het rijk waarbinnen deze toekomstige leiders hun plaats wilden vinden, overleefde de oorlog niet. De Ottomaanse staat viel in het begin van de jaren twintig uiteen, zijn Midden-Oosten-provincies werden verdeeld in Britse en Franse mandaatgebieden, en Palestina kwam onder Brits bestuur — de omgeving waarin Ben-Gurion, Ben-Zvi en Sharett uiteindelijk een eigen staat zouden leiden.

Het verslag is afkomstig uit The War That Made the Middle East: World War I and the End of the Ottoman Empire van Mustafa Aksakal, een boek dat de auteur van het bericht op Marginal Revolution omschrijft als "heel goed".

Bron: Marginal Revolution