NieuwsMacroWerkers in afnemende beroepen krijgen ongeveer 5% lagere cumulatieve inkomsten, blijkt uit NBER-studie

Werkers in afnemende beroepen krijgen ongeveer 5% lagere cumulatieve inkomsten, blijkt uit NBER-studie

Auteur: Marginal Revolution·

Belangrijkste punten

  • Werknemers van wie de eerste baan lag in beroepen die later met minstens 25 procent krompen, verdienden over twintig jaar cumulatief ongeveer 5 procent minder, ondanks iets meer gewerkte kwartalen.
  • De onderzoekers koppelden de US Decennial Census van 2000 aan administratieve werkgelegenheids- en inkomensgegevens tot en met 2020 en volgden meer dan 2,4 miljoen werknemers gedurende twee decennia.
  • Het Amerikaanse inkomensverschil lijkt sterk op bevindingen uit Zweden en Noorwegen, hoewel de manier waarop de werkgelegenheid zich aanpast in de drie landen verschilt.
  • Werknemers in krimpende beroepen stapten aanzienlijk maar niet volledig over naar andere sectoren, terwijl de uiteindelijke beroepen van kinderen weinig verband hielden met de vraag of hun huishoudshoofden begonnen in een afnemend beroep.
  • De bevindingen werden gepubliceerd als NBER Working Paper 35614, en NBER verspreidt dergelijke papers voor discussie en commentaar, niet als peer-reviewed publicaties.
Werkers in afnemende beroepen krijgen ongeveer 5% lagere cumulatieve inkomsten, blijkt uit NBER-studie

Werknemers die hun loopbaan beginnen in een beroep dat later afneemt, ondervinden een bescheidener langetermijnnadeel dan vaak wordt aangenomen, aldus een nieuw working paper van het National Bureau of Economic Research (NBER). Werknemers die aanvankelijk werkzaam waren in beroepen die met ten minste 25 procent krompen, bouwden ongeveer 5 procent minder cumulatieve inkomsten op — ondanks dat zij iets meer kwartalen werkten.

2,4 miljoen werknemers gedurende twee decennia gevolgd

De studie van Erling Barth, Maria Forthun Hoen, Sari Pekkala Kerr en William R. Kerr koppelt de US Decennial Census van 2000 aan administratieve werkgelegenheids- en inkomensgegevens tot en met 2020. Dankzij die koppeling konden de onderzoekers meer dan 2,4 miljoen werknemers gedurende twintig jaar van hun loopbaan volgen. De Census van 2000, onderdeel van de nationale telling die elke tien jaar wordt uitgevoerd, biedt een gedetailleerd beeld van Amerikaanse huishoudens en hun beroepen aan het begin van de onderzoeksperiode. De onderzoeksperiode omvat ook de terugval van begin jaren 2000 na het uiteenspatten van de dotcomzeepbel en de Grote Recessie van 2007–2009, waardoor de geobserveerde loopbanen werknemers omvatten die meerdere episodes van spanning op de arbeidsmarkt doormaakten.

Uit de samenvatting van het paper:

"We bestuderen de langetermijngevolgen voor loopbanen van een eerste baan in een beroep dat later afneemt. Door de US Decennial Census van 2000 te koppelen aan administratieve werkgelegenheids- en inkomensgegevens tot en met 2020, volgen we meer dan 2,4 miljoen werknemers. Werkgelegenheid in een beroep dat met ten minste 25 procent krimpt, hangt samen met ongeveer 5 procent lagere cumulatieve inkomsten, ondanks iets meer gewerkte kwartalen. Het inkomensverschil komt nauw overeen met bevindingen uit Zweden en Noorwegen, hoewel de aanpassing van de werkgelegenheid verschilt. Beroepsmobiliteit is aanzienlijk maar onvolledig, terwijl de latere beroepsuitkomsten van kinderen veel minder samenhangen met de 2000-beroepsgroeicategorieën van hun huishoudshoofden."

Belangrijkste bevindingen

  • Inkomensnadeel: Werknemers in beroepen die met ten minste 25 procent krompen, lieten ongeveer 5 procent lagere cumulatieve inkomsten zien, ook al werkten zij iets meer kwartalen.
  • Internationale vergelijking: Het Amerikaanse inkomensverschil komt nauw overeen met bevindingen uit Zweden en Noorwegen, hoewel het patroon van werkgelegenheidsaanpassing per land verschilt.
  • Beroepsmobiliteit: De mobiliteit onder getroffen werknemers was aanzienlijk maar onvolledig.
  • Intergenerationele uitkomsten: De latere beroepskeuzes van kinderen waren veel minder gekoppeld aan de 2000-beroepsgroeicategorieën van hun huishoudshoofden.

Het grensoverschrijdende resultaat is opmerkelijk omdat Zweden en Noorwegen arbeidsmarktinstituties hebben die verschillen van die in de Verenigde Staten, terwijl het inkomensverschil in alle drie landen van vergelijkbare omvang is; volgens de auteurs verschilt vooral hoe de werkgelegenheid zich aanpast. De intergenerationele bevinding speelt ook mee in discussies over economische mobiliteit, doordat blijkt dat de uiteindelijke beroepen van kinderen veel minder samenhingen met de vraag of het huishshoofd begon in een krimpend of groeiend beroep. Samen zetten de resultaten uiteenlopende beleidsdiscussies voort over hoe werknemers in afnemende beroepen het best kunnen worden ondersteund, van omscholing tot inkomenssteun.

Auteurs en beschikbaarheid

Het paper (NBER Working Paper 35614) is geschreven door Erling Barth, Maria Forthun Hoen, Sari Pekkala Kerr en William R. Kerr. NBER, een non-profit onderzoeksorganisatie op het gebied van economie in Cambridge, Massachusetts, verspreidt working papers voor discussie en commentaar; het gaat niet om peer-reviewed publicaties, en lezers kunnen de NBER-pagina van het paper raadplegen voor eventuele latere revisies.

Commentaar

De post verscheen op 19 augustus 2026 op de economische blog Marginal Revolution. De auteur schreef dat de bevindingen hen "as somewhat less of a problem than I might have thought" doen voorkomen en merkte op dat "the results may have implications for AI as well." De vraag welke beroepen mogelijk als volgende zullen krimpen, heeft opnieuw aandacht gekregen door snelle vooruitgang in generatieve AI, hoewel de gegevens in het paper, die doorlopen tot 2020, voorafgaan aan de huidige golf van die systemen.

Bron: Marginal Revolution