Opwaartse uitbraak van EUR/USD kan nog even op zich laten wachten door sterk stijgende Treasury-rendementen
Belangrijkste punten
- •De Amerikaanse 10-jarige Treasury-rendementen stegen naar circa 4,74%, terwijl 30-jarige rendementen klommen naar 5,32%, het hoogste niveau sinds 2007.
- •Hogere Amerikaanse rendementen hebben geholpen de dollarverliezen te beperken door het rendement op in dollars luidende activa te verbeteren.
- •De aandacht van de markt verschuift naar het Jackson Hole-symposium van de Federal Reserve volgende week, waar beleidssignalen kunnen volgen.
- •De door de markt geïmpliceerde kans op een renteverhoging in september is gestegen naar circa 35%, vanaf circa 29% eerder op maandag.
- •EUR/USD slaagde er niet in een sterkere breakout boven het 100-daagse voortschrijdend gemiddelde te bevestigen en ondervindt weerstand nabij 1,1586.

De dollar kwam gisteren vroeg in de sessie onder druk te staan, waarbij EUR/USD tijdens de Europese ochtendhandel kort boven de grens van 1,1600 bleef hangen. Nu de spanningen tussen de VS en Iran voortduren, reageert de obligatiemarkt dienovereenkomstig, met rendementen die oplopen naar een nieuw hoogtepunt in de cyclus. De Amerikaanse 10-jarige rendementen naderen inmiddels 4,74%, terwijl de 30-jarige rendementen 5,32% hebben bereikt — dit laatste is het hoogste niveau sinds 2007, waarmee de langetermijnleenkosten van de Amerikaanse overheid terugkeren naar terrein dat voor het laatst vóór de wereldwijde financiële crisis werd gezien. Voor de valutamarkten is het verband direct: hogere Amerikaanse rendementen verhogen het rendement op in dollars luidende activa, een dynamiek die de dollar historisch gezien doorgaans heeft gesteund.
Dat levert de markten stof tot nadenken op, met waakzame blikken op de Federal Reserve in aanloop naar Jackson Hole volgende week — het jaarlijke economische beleidssymposium van de Fed in Wyoming, een podium dat beleidsmakers in het verleden gebruikten om verschuivingen in hun beleidsdenken te signaleren. De door de markt geïmpliceerde kans op een renteverhoging in september werd maandagochtend teruggebracht naar circa 29%, maar ligt nu op circa 35%.
De nieuwste ontwikkelingen houden de dollarverliezen binnen de perken, en in het geval van EUR/USD geldt hetzelfde voor de belangrijkste technische niveaus.
[EUR/USD-daggrafiek]
Kopers maakten gisteren een goede kans op een opwaartse uitbraak, maar schoten tekort, ondanks een stijging boven het 100-daagse voortschrijdend gemiddelde (rode lijn). Dat sleutelniveau hield het opwaartse momentum in de voorgaande weken tegen, en kopers krijgen nu ook te maken met extra weerstand van het 50,0 Fibonacci-retracementniveau van de daling van april tot juni — precies de helft van die beweging — dat rond de 1,1586 ligt.
Kopers moeten daarom een stevige breakout boven beide belangrijke technische niveaus forceren om een sterkere stijging boven de grens van 1,1600 echt geloofwaardig te maken. Tegen de achtergrond van sterk oprukkende Treasury-rendementen is dat een flinke opgave — tenzij er een impuls komt vanuit een andere belangrijke valuta: de Japanse yen.
USD/JPY beweegt zich inmiddels weer in de richting van de grens van 160 en zou bij het naderen van dat niveau opnieuw een interventie kunnen uitlokken — een gebied waar de Japanse autoriteiten eerder hebben ingegrepen en dat zij naar eigen zeggen herhaaldelijk bereid zijn te verdedigen tegen buitensporige eenzijdige bewegingen. Gecoördineerde valutainterventies door grote economieën zijn eerder voorgekomen, zoals de gezamenlijke actie van de G7 met betrekking tot de yen in 2011, en een gezamenlijke interventie-inspanning zou opnieuw een krachtiger signaal kunnen afgeven. Maar als het Amerikaanse Ministerie van Financiën zijn toevlucht neemt tot EUR/JPY als alternatief om de markt indirect te beïnvloeden — een route die Amerikaanse autoriteiten de afgelopen decennia zelden hebben gekozen — dan zal dat ook elke opwaartse beweging van de euro ten opzichte van de dollar beperkter houden.
Voorlopig is het voor kopers van EUR/USD een kwestie van net niet raak. De belangrijke niveaus worden wel getest, maar nog niet tot het breekpunt dat nodig is om een verdere opwaartse beweging veilig te stellen.