Nederlandse centrale bank verplaatst goudreserves van New York naar Londen vanwege crisisvoorbereiding
Belangrijkste punten
- •De DNB verplaatste 86 ton goud van Noord-Amerika naar Londen, waarbij het aandeel van New York daalde van 31% naar 19% en dat van Londen steeg naar 32%.
- •De totale goudreserves van Nederland blijven ongewijzigd op 612,4 ton, met een waarde van €72,2 miljard (US$ 83,6 miljard) aan het einde van 2025.
- •De centrale bank noemde toenemende geopolitieke onrust als reden, aangezien London Good Delivery-goud in een crisis sneller kan worden ingezet.
- •De herpositionering volgt op de terugname door de Banque de France van haar resterende in New York gestorte goud in april en op roepen in Duitsland om een deel van het in de VS gehouden goud te repatriëren.
- •Netto goudaankopen door centrale banken bereikten met 289 ton een record voor het tweede kwartaal; spotgoud noteerde boven de $4.475 per ounce.

De Nederlandse centrale bank heeft 86 ton goud overgebracht van Noord-Amerika naar Londen, waarbij het aandeel van haar in New York gehouden goud daalde van 31% naar 19%, in een streven naar snellere toegang tot de reserves in geval van een crisis.
De Nederlandsche Bank (DNB) kondigde op woensdag aan dat zij circa 59 ton in New York gehouden goud had verkocht en een gelijkwaardige hoeveelheid goud van de London Good Delivery-standaard had aangekocht — de maatstaf voor kwaliteit en barformaat die wordt geaccepteerd op de groothandelmarkt van Londen, 's werelds grootste centrum voor goudhandel. Daarnaast werd meer dan 27 ton fysiek verplaatst van de Verenigde Staten en Canada naar Nederland, terwijl een vergelijkbare hoeveelheid verhandelbaar goud van Nederland naar Londen werd overgebracht.
"Met deze herpositionering hebben we de verhandelbaarheid van onze goudreserves verbeterd," aldus DNB-president Olaf Sleijpen in een persbericht. "We verwachten dat we ze nooit nodig zullen hebben, maar we moeten onze veerkracht en paraatheid wel versterken."
John Plassard, analist bij het in Genève gevestigde Cité Gestion Private Bank, noemde de Nederlandse beslissing tegenover AFP een "vrij unieke zet", maar waarschuwde dat soortgelijke verschuivingen door andere centrale banken op grote schaal het vertrouwen in de Verenigde Staten zouden kunnen beschadigen.
Een kwestie van locatie
De herpositionering is opvallend omdat deze verandert waar een grote westerse centrale bank haar goud beschikbaar wil hebben in noodsituaties, in plaats van hoeveel goud zij bezit. Het buitenland opslaan van goud bij knooppunten als de Federal Reserve Bank of New York en de Bank of England is bij centrale banken al lang gangbare praktijk, omdat zij daarmee internationale vorderingen kunnen vereffenen en goud kunnen verhandelen zonder het metaal fysiek te verschepen. De DNB zei niet het vertrouwen in de Verenigde Staten of Canada te hebben verloren, maar de zet komt te midden van een groeiend debat in Europa over de locatie van nationale goudreserves.
In april haalde de Banque de France haar resterende in New York gestorte goud terug en verving dit door een vergelijkbare hoeveelheid in Parijs. De Duitse Bundesbank wordt daarnaast geconfronteerd met oproepen tot repatriëring van een deel van het ruwweg eenderde van haar goudvoorraad die in New York ligt opgeslagen.
De totale goudvoorraad van Nederland blijft ongewijzigd op 612,4 ton. Londen houdt nu het grootste aandeel met 32%, tegenover eerder 18%, terwijl 31% blijft staan bij het kasmiddelpunt van de DNB in Zeist. New York en Ottawa houden elk 19%. De reserves waren aan het einde van 2025 €72,2 miljard (US$ 83,6 miljard) waard.
Geopolitieke onrust
De DNB zei dat "toenemende geopolitieke onrust" haar ertoe bracht de crisisparaatheid te versterken en het risijk gelijker te verdelen over Noord-Amerika, Groot-Brittannië en Nederland. Goud dat bij de Bank of England ligt, voldoet aan internationale handelsnormen en kan sneller worden ingezet dan goud dat in New York of Ottawa is opgeslagen, aldus de centrale bank.
Duitsland heeft de op een na grootste goudreserves ter wereld en houdt een groot deel — naar schatting eenderde, circa 1.200 ton — in de kluizen van de Federal Reserve Bank of New York in Manhattan. De Bundesbank stelde dit jaar dat deze locatie "is en blijft een belangrijke opslagplaats voor ons goud."
Frankrijk, een van 's werelds toonaangevende goudhouders, had 129 ton, oftewel ongeveer 5% van de totale voorraad, ondergebracht bij de Federal Reserve Bank of New York — een praktijk die dateert uit het einde van de jaren twintig. Het land begon in de jaren zestig voor het eerst met de repatriëring van dat goud.
Banque de France-president François Villeroy de Galhau zei in een persbericht dat de beslissing om de nieuwe staven in Parijs te houden "niet politiek gemotiveerd" was, waarbij hij opmerkte dat de aangekochte goudstaven van hogere standaard op een Europese markt werden verhandeld.
Aanhoudende inkopen door centrale banken
De Nederlandse herschikking komt terwijl centrale banken blijven goud opbouwen te midden van geopolitieke en economische onzekerheid. Netto-aankopen door de officiële sector bereikten in het tweede kwartaal 289 ton, een record voor die periode, volgens de World Gold Council. Gerapporteerde aankopen voegden in juli nog eens 23 ton toe, met China en Polen als koplopers.
Goud noteerde donderdag boven de $4.475 per ounce, gedragen door een zwakkere Amerikaanse dollar en lagere rendementen op Amerikaanse staatsobligaties. De spotgoudprijs steeg 2% tijdens de sessie.
China's parallelle streven
Tegelijkertijd is China infrastructuur aan het opbouwen om meer goudhandel en prijsvorming naar Azië te trekken. Hongkong lanceerde in juli een centraal goudclearingsysteem en ontwikkelt in yuan genoteerde futures en een fysiek afleveringskoppeling met de Shanghai Gold Exchange, met als doel de kluiscapaciteit tegen 2030 uit te breiden naar meer dan 2.000 ton.
Het Chinese initiatief wijst geografisch een andere richting dan de Nederlandse beslissing, maar beide onderstrepen een steeds belangrijker vraag voor reserverbeheerders: niet alleen of goud moet worden aangehouden, maar waar het metaal wordt bewaard en hoe snel het kan worden gemobiliseerd — een keuze die wordt bepaald door geografie, politiek en toegang tot markten eerder dan door het metaal zelf. Of andere Europese centrale banken het Nederlandse en Franse voorbeeld volgen, zal de komende maanden waarschijnlijk het debat over reserveopslag bepalen.