Amendement 82 in Colorado zou de aardgasindustrie een constitutioneel recht geven om zijn producten te verkopen
Belangrijkste punten
- •Amendement 82 zou de aardgasindustrie een grondwettelijk erkend recht geven om zijn producten te verkopen in Colorado.
- •Tegenstanders zeggen dat het voorstel kan worden gebruikt om milieuvoorschriften en lokale beperkingen op gasbronnen, pijpleidingen en gasapparatuur te bestrijden.
- •Het voorgestelde zonneprogramma zou gebruikmaken van door de overheid gedekte leningen tot 40.000 dollar per woning, met aflossing gefinancierd door aankopen van overtollige elektriciteit door energieleveranciers.
- •Het model is gebaseerd op het Duitse dak-zonneprogramma van Hermann Scheer en is bedoeld om gedecentraliseerde opwekking uit te breiden zonder dat huiseigenaren vooraf installatiekosten betalen.
- •Het artikel zegt dat bredere elektrificatie de infrastructuurbehoefte kan verminderen, blootstelling aan brandstofkosten kan beperken en werkgelegenheid in zonne-energie, batterijen en bouw kan stimuleren.

In de komende drie weken beslissen de kiezers in Colorado of de staatsgrondwet zal worden gewijzigd op een manier die één enkele industrie in staat zou stellen zichzelf en de vervuiling die zij veroorzaakt grotendeels aan regulering te onttrekken. Amendement 82 zou een constitutioneel “recht” vastleggen voor de aardgasindustrie om zijn producten te verkopen. Colorado is een van de staten waar kiezers de grondwet rechtstreeks via volksraadplegingen kunnen wijzigen, zodat het laatste woord over deze wijziging ligt bij degenen die hun stem uitbrengen.
Als het wordt aangenomen, zou het de enige industrie in een Amerikaanse staat zijn waaraan een specifiek recht is toegekend in een staatsgrondwet. Tegenstanders van het amendement voeren aan dat milieuvoorschriften die zijn ontworpen om lucht en water te beschermen, een inbreuk op dat recht zouden kunnen vormen als ze het gasverbruik zouden verminderen. Lokale pogingen om gasbronnen of pijpleidingen te beperken of te verbieden zouden met dezelfde uitdaging te maken kunnen krijgen. Zelfs tijdens een periode met verhoogd brandgevaar zouden, volgens hen, pogingen om gasgestookte kampeerkooktoestellen, buitenbarbecues of buitenverlichting te verbieden als schendingen kunnen worden beschouwd.
Het voorstel wordt geprom door Advance Colorado, een zogenaamde donorgroep die anoniem opereert en waarvan de oorspronkelijke geldschieters niet zijn bekendgemaakt. Het artikel stelt dat, als het amendement wordt aangenomen, soortgelijke amendementen en wetten in staten in het hele land kunnen opduiken.
De auteur stelt dat voorstel tegenover een bredere uitbreiding van zonne-energie en andere vormen van elektrificatie. Het artikel betoogt dat Amerikanen geholpen zouden moeten worden om energie van de Zon te benutten—omschreven als een gigantische reactor op 150 miljoen kilometer afstand—in plaats van de rol van de fossiele-brandstofindustrie te vergroten en extra verbruik van fossiele brandstoffen aan te moedigen.
De auteur vertelt dat het huishouden in Oregon, voor het eerst sinds april, weer elektriciteit is gaan afnemen van het lokale net. Drie jaar eerder waren er zonnepanelen en batterijen geïnstalleerd. In de zomer levert het systeem elektriciteit zonder extra kosten, inclusief stroom voor een elektrische Ioniq5. In de winter gebruikt het huishoudenslechts een fractie van de elektriciteit die het eerder kocht.
Nadat de auteur Louise vertelde dat ze die week voor 6 dollar aan elektriciteit hadden gekocht—hun eerste netaankoop in maanden—vroeg ze waarom niet elk huis in elke Amerikaanse stad, vooral die ten zuiden van de Mason-Dixonlijn, de historische scheidslijn tussen Noord en Zuid, hetzelfde had gedaan.
Het artikel wijst de initiële kosten van zonnepaneelinstallaties aan als de belangrijkste hindernis voor de meeste huishoudens. Vervolgens schetst het een voorstel bedoeld om grote aantallen woningen in een gemeenschap of staat van zonnepanelen te voorzien zonder dat huiseigenaren vooraf hoeven te betalen, waarbij ze gratis zonne-energie krijgen van panelen waarvan wordt verwacht dat ze 20 tot 40 jaar meegaan.
Het voorstel is gebaseerd op een programma dat verbonden is met Hermann Scheer, een Duits parlementslid en langjarig voorvechter van hernieuwbare energie. De auteur zegt dat het concept in september 2009 duidelijk werd, toen hij werd uitgenodigd om samen met Scheer als spreker op te treden tijdens een conferentie in Barcelona, Spanje. Bijna tien jaar eerder had Scheer zijn zonnestroomprogramma “100.000 Daken” door het Duitse parlement geloodst en wilde hij bespreken hoe het werkte en hoe een vergelijkbare aanpak in Spanje zou werken.
Onder de voorgestelde Amerikaanse versie zou een stad, county of staat eerst een wet aannemen waarin de lokale of deelstaatregering wordt verplicht om tienjarige leningen van banken of kredietunies te garanderen of af te dekken. De leningen, tot maximaal 40.000 dollar per woning, zouden de installatie van zonnepanelen en batterijopslag financieren.
Als een huiseigenaar in gebreke bleef, zou de overheid de lening overnemen. Omdat die garantie het risico voor de kredietverlener tot nul reduceert, zou de wet ook kunnen verplichten dat de leningen worden verstrekt tegen een rente van ongeveer 1,5 procent—genoeg om de verwerkingskosten te dekken en banken een kleine maar betrouwbare winst te bieden.
Het tweede deel van het voorstel zou energieleveranciers verplichten om gedurende de eerste tien jaar, terwijl de leningen worden afbetaald, overtollige elektriciteit van die systemen af te nemen tegen een veelvoud van het gangbare detailhandeltarief. Het doel zou zijn dat elke woning elke maand, of gemiddeld per jaar, genoeg opbrengst genereert om alle of vrijwel alle leningsbetalingen te dekken.
Het juiste tarief zou afhangen van lokale elektriciteitsprijzen, de beschikbaarheid van zonne-energie en andere factoren. Het artikel zegt dat dit kan variëren van 1,5 keer het detailhandeltarief tot een veelvoud daarvan. Volgens het model dekken de betalingen van de energieleveranciers de leningen, lopen huiseigenaren weinig of geen kosten op, en verdienen banken een bescheiden winst.
Het artikel erkent dat energieleveranciers bezwaar zouden kunnen maken omdat zij gedurende het eerste decennium een premie betalen voor de elektriciteit. Het voert echter aan dat elke woning die wordt aangesloten de noodzaak vermindert van een centrale, een transformatorstation of een hoogspanningsinfrastructuur die de leverancier anders zou moeten bouwen of onderhouden. Het artikel zegt ook dat Duitsland een vergelijkebare uitbreiding van gedecentraliseerde opwekking gebruikte om voldoende elektriciteit op te wekken om verschillende kerncentrales te sluiten, een aanpak gebaseerd op feed-intarieven die energieleveranciers verplichtten om hernieuwbare energie tegen bovengemiddelde tarieven af te nemen.
Na tien jaar blijven de systemen nog vele decennia elektriciteit leveren. Energieleveranciers kunnen die stroom vervolgens verkopen aan bedrijven, datacenters, appartementsgebouwen en andere klanten die niet in aanmerking komen voor het voorgestelde programma.
Het artikel zegt dat de regeling bijzonder voordelig kan zijn voor non-profit- en gemeenschapseigen energieleveranciers. Zij zouden de extra gedecentraliseerde stroom kunnen gebruiken om klanten te bedienen wanneer de zon niet schijnt, bestaande infrastructuur op te waarderen naar een slim net andere inkomstenbronnen te ontwikkelen, waaronder laadpalen voor elektrische voertuigen en datacenters.
De voordelen voor winstgerichte energieleveranciers zouden minder zeker zijn, aldus het artikel, hoewel een langzamere uitrol alsnog de noodzaak om nieuwe centrales te bouwen kan verminderen en de blootstelling aan stijgende brandstofkosten kan beperken. De auteur noemt Portland General Electric, een winstgerichte leverancier, als voorbeeld, en zegt dat het bedrijf nog steeds elektriciteit van hem afneemt omdat het daardoor minder zelf hoeft op te wekken.
Winstgerichte energieleveranciers vormen slechts 5 procent van de bedrijven die elektriciteit verkopen in de Verenigde Staten, aldus het artikel. Omdat die bedrijven geconcentreerd zijn in dichtbevolkte gebieden, bedienen ze echter ongeveer twee derde van de Amerikanen.
Een landelijk programma zou ook kunnen verplichten dat alle energieleveranciers eigendom zijn van en worden geëxploiteerd door non-profitcoöperaties of lokale overheden, zoals de andere 95 procent van de Amerikaanse elektriciteitsbedrijven vandaag de dag, aldus het artikel. Een dergelijk beleid zou aanzienlijke politieke inzet vergen om lobbydruk te weerstaan, maar het artikel wijst op Nebraska als voorbeeld: in die staat is al meer dan 80 jaar geen winstgericht energieleveranciersbedrijf te vinden.
Het artikel verwijst ook naar de Public Utility Holding Company Act van 1935 onder president Franklin D. Roosevelt, die de sector regionaal herstructureerde en uiteindelijk leidde tot de oprichting van de Tennessee Valley Authority en de Bonneville-dam, nu in beleggershanden. Het Bonneville-systeem levert een groot deel van de elektriciteit in de regio van de auteur.
Het herstel van de 30 procent federale belastingkorting voor residentiële zonnepanelen en batterijen—die de auteur en Louise zeggen te hebben gebruikt voordat Donald Trump en de Republikeinse Partij deze afschaften met de “Big Beautiful Billionaire’s Bill”—zou een dergelijk programma makkelijker implementeerbaar maken. Belastingkortingen van staten, waaronder die onlangs zijn aangenomen in Oregon en andere staten, zouden extra steun kunnen bieden.
Het artikel betoogt dat een landelijk programma ook de industrie en bouwsector kan stimuleren door vraag te creëren naar zonnepanelen, batterijen en controlesystemen, en een grootschalige uitbreiding van installatie en bouw kan ondersteunen die miljoenen mensen tientallen jaren werk zou kunnen bieden.
De auteur erkent dat het voorstel nog verdere aanpassingen vergt, waaronder beslissingen over het tarief dat energieleveranciers betalen tijdens de periode van tien jaar die bedoeld is om de leningen voor zonne-installaties af te lossen. Het artikel vraagt zich desondanks af wat het effect zou zijn als steden als Phoenix, Atlanta Mobile en Los Angeles, samen met honderden andere, konden functioneren zonder fossiele brandstoffen te verbranden.
Het artikel stelt dat elektrificatie wereldwijd explosief toeneemt. Er wordt gesteld dat de meeste auto’s die in China en Europa worden verkocht elektrisch zijn, en dat beide regio’s beschikken over grootschalige wind- en zonne-installaties, naast honderden miljoenen zonnepanelen op daken. De langzamere voortgang van de Verenigde Staten wordt grotendeels toegeschreven aan de politieke invloed van de fossiele-brandstofindustrie, met de bewering dat vijf Republikeinse leden van het Hooggerechtshof het omkopen en kopen van rechters en politici legaal hebben gemaakt.
Bron: Alternet
Verder lezen: Common Dreams, Hartmann Report, National Geographic en Inside Climate News.