Kapitaalwinstbelasting versus vermogensbelasting: nieuwe studie in Econometrica
Belangrijkste punten
- •Een aanstaand artikel in Econometrica van Mark Aguiar, Benjamin Moll en Florian Scheuer ontwikkelt een theorie over optimale kapitaalwinstbelasting die bewegingen in activaprijzen modelleert, wat de standaardtheorie over optimale kapitaalbelasting weglaat.
- •De auteurs laten zien dat een combinatie van kapitaalwinstbelasting bij realisatie en belasting op cashstromen de optimale allocatie verwezenlijkt, ongeacht of prijswijzigingen voortkomen uit cashstromen of disconteringsvoeten.
- •De voorgestelde kapitaalwinstbelasting vermijdt het lock-in-effect door zich te richten op totale nettotransacties in plaats van op winsten uit de verkoop van individuele activa.
- •De resultaten van het artikel staan in contrast met het Haig-Simons-concept van een alomvattende inkomstenbelasting en met voorstellen voor vermogensbelasting of op opbouw gebaseerde kapitaalwinstbelasting.
- •Tyler Cowen concludeert op basis van het artikel dat vermogensbelasting de vergelijking met kapitaalwinstbelasting verliest.

Schrijvend op Marginal Revolution besteedt Tyler Cowen aandacht aan een nieuw artikel in Econometrica van Mark Aguiar, Benjamin Moll en Florian Scheuer, getiteld "Putting the Finance into Public Finance: A Theory of Capital Gains Taxation". Econometrica is een van de toonaangevende peer-reviewed tijdschriften in de economie, en het artikel staat middenin een actueel beleidsdebat: in de Verenigde Staten zijn de afgelopen jaren verschillende voorstellen gedaan om ongerealiseerde kapitaalwinsten te belasten of jaarlijkse vermogensbelastingen in te voeren, en een aantal Europese landen heeft met vermogensbelasting geëxperimenteerd, waarbij er enkele — met name Frankrijk, Duitsland en Zweden — deze in de afgelopen decennia hebben afgeschaft of teruggeschroefd.
De samenvatting van het artikel luidt als volgt:
De standaardtheorie over optimale kapitaalbelasting abstraheert van het modelleren van activaprijzen, waardoor zij ongeschikt is om over kapitaalwinstbelasting en vermogensbelasting na te denken. De auteurs bestuderen optimale herverdelende belastingheffing in een omgeving met bewegende activaprijzen, waarbij zij het moderne financiele uitgangspunt hanteren dat activaprijzen niet alleen fluctueren door veranderende cashstromen, maar ook door andere factoren ("disconteringsvoeten"). Zij laten zien dat een combinatie van kapitaalwinstbelasting bij realisatie en belasting op cashstromen de optimale allocatie verwezenlijkt, ongeacht de bron van de prijsschommelingen. Bovendien voorkomt de kapitaalwinstbelasting verstoringen in portfoliokeuze (het zogenaamde lock-in-effect) door zich te richten op totale nettotransacties in plaats van op winsten uit de verkoop van individuele activa. Deze resultaten staan in contrast met het klassieke Haig-Simons-concept van een alomvattende inkomstenbelasting en met recente voorstellen voor vermogensbelasting of op opbouw gebaseerde (accrual) kapitaalwinstbelastingen.
Het "lock-in-effect" waarnaar in de samenvatting wordt verwezen, is een al lang bestaand punt van zorg in het belastingbeleid: wanneer kapitaalwinsten alleen bij verkoop worden belast, hebben investeerders een prikkel om gewaardeerde activa aan te houden om de belasting uit te stellen, wat de portefeuilleverdeling kan verstoren. De bijdrage van het artikel is te laten zien hoe een kapitaalwinstbelasting die is gericht op totale nettotransacties, in plaats van op winsten uit de verkoop van individuele activa, dit probleem kan omzeilen.
Cowens conclusie uit het artikel: "Vermogensbelasting verliest de vergelijking."
Bron: Marginal Revolution, Capital gains vs. wealth taxes. Artikel: Econometrica, forthcoming.